to plunder
plun
ˈplʌn
plan
der
plungerpounderplunker

Definitie en betekenis van "plunder"in het Engels

to plunder
01

plunderen, roven

to steal goods from a place or person, especially during times of war, chaos, or civil disorder 
Transitive: to plunder a place
to plunder definition and meaning
Voorbeelden
During the invasion, the army decided to plunder the enemy's resources. 

Tijdens de invasie besloot het leger de middelen van de vijand te plunderen.

02

plunderen, toe-eigenen

to take material from artistic or academic work and use it for one's own purposes, often without permission 
Transitive: to plunder intellectual property
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
plunder
3e persoon enkelvoud
plunders
onvoltooid deelwoord
plundering
onvoltooid verleden tijd
plundered
voltooid deelwoord
plundered
Voorbeelden
He plundered research from several papers to create his own report. 

Hij plunderde onderzoek uit verschillende artikelen om zijn eigen verslag te maken.

03

plunderen, roven

to engage in theft or looting, usually in a violent or chaotic manner 
Intransitive
Voorbeelden
After the town was abandoned, the thieves plundered in the darkness. 

Nadat de stad was verlaten, plunderden de dieven in het donker.

04

plunderen, beroven

to steal goods, often by force, especially during times of chaos or disorder 
Transitive: to plunder goods and valuables
Voorbeelden
The raiders plundered the merchant’s goods, taking everything of value. 

De plunderaars plunderden de goederen van de koopman en namen alles van waarde mee.

01

buit, plundering

property or valuables taken illegally, especially by force or during wartime 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
plunders
Voorbeelden
The pirates divided the plunder after the raid. 

De piraten verdeelden de buit na de overval.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store