to pause
Pronunciation
/pɑz/

Definitie en betekenis van "pause"in het Engels

to pause
01

onderbreken, een pauze nemen

to briefly stop a particular thing such as process before carrying on
Transitive: to pause an activity or process
to pause definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
pause
3e persoon enkelvoud
pauses
onvoltooid deelwoord
pausing
onvoltooid verleden tijd
paused
voltooid deelwoord
paused
Voorbeelden
The teacher paused the lecture to answer a student's question.
De docent pauzeerde de les om een vraag van een student te beantwoorden.
02

onderbreken, een pauze nemen

to stop for a time
Intransitive
Voorbeelden
The hikers paused to catch their breath before climbing the next hill.
De wandelaars pauzeerden om op adem te komen voordat ze de volgende heuvel beklommen.
01

pauze, onderbreking

a temporary halt in activity before resuming
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
pauses
Voorbeelden
During the movie, there was a pause for the audience to stretch and grab snacks.
Tijdens de film was er een pauze zodat het publiek zich kon uitrekken en snacks kon pakken.
02

pauze, onderbreking

temporary inactivity
03

pauze

the action of temporarily stopping the playback of a media file, allowing users to resume from where they left off
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store