Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to avert
01
voorkomen, afwenden
to prevent something dangerous or unpleasant from happening
Transitive: to avert an event or situation
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
avert
3e persoon enkelvoud
averts
onvoltooid deelwoord
averting
onvoltooid verleden tijd
averted
voltooid deelwoord
averted
Voorbeelden
The timely intervention of the lifeguard averted a potential drowning at the pool.
Het tijdige ingrijpen van de lifeguard voorkwam een mogelijke verdrinking in het zwembad.
02
afwenden, vermijden
to redirect one's gaze or attention away from something or someone
Transitive: to avert one's eyes or mind
Voorbeelden
Witnessing the accident, she quickly averted her eyes to avoid the distressing scene.
Toen ze het ongeluk zag, keek ze snel weg om het verontrustende tafereel te vermijden.



























