Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
offhand
01
nonchalant, onverschillig
In a dismissive or indifferent manner
Voorbeelden
He brushed off the suggestion offhand, without giving it any serious thought.
Hij wuifde het voorstel zonder nadenken weg, zonder er serieus over na te denken.
02
spontaan, zonder voorbereiding
without any preparation or prior thought
Voorbeelden
She gave an offhand excuse for being late, not explaining the real reason.
Ze gaf een improviserend excuus voor haar te laat komen, zonder de echte reden uit te leggen.
offhand
01
nonchalant, onachtzaam
casually thoughtless, inconsiderate, or lacking concern for others' feelings
Voorbeelden
The waiter 's offhand attitude annoyed the customers.
De nonchalante houding van de ober ergerde de klanten.
02
improviserend, spontaan
done or spoken with little or no preparation or forethought
Voorbeelden
The teacher made an offhand joke during the lecture.
De leraar maakte een spontane grap tijdens de les.



























