Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
merrily
Voorbeelden
He whistled merrily on his way to work.
Hij floot vrolijk op weg naar zijn werk.
1.1
vrolijk, levendig
in a brisk, lively, or pleasantly active way
Voorbeelden
The birds chirped merrily at dawn.
De vogels tjilpten vrolijk bij zonsopgang.
Lexicale Boom
merrily
merry
merr



























