Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
meantime
Voorbeelden
The game starts in 30 minutes. Meantime, we can grab some snacks.
Het spel begint over 30 minuten. Ondertussen kunnen we wat snacks pakken.
02
intussen, ondertussen
while something else is happening
Voorbeelden
The kids are playing outside. Meantime, I ’m preparing dinner.
De kinderen spelen buiten. Ondertussen ben ik het avondeten aan het bereiden.
Lexicale Boom
meantime
mean
time



























