watercraftwearing apparel
van 18
watercraftwearing apparel
watercraft[n]

watervoertuig,boot

watercress[n][adj]

waterkers,bronkers • waterkers, een matige geel-groene kleur die groener en dieper is dan mosgroen en geler en donkerder dan erwtengroen,van waterkers, een matige geel-groene kleur, groener en dieper dan mosgroen en geler en donkerder dan erwtengroen

waterfall[n]

waterval,cascade

waterfowl[n]

watervogel,waterwild

waterfront[n]

waterkant,haven gebied

watergate salad[n]

Watergate-salade,pistache-ananassalade

watering can[n]

gieter,waterkan

waterlogged[adj]

verzadigd met water,drassig

watermark[n][v]

watermerk • watermerken,voorzien van een watermerk

watermelon[n]

watermeloen, meloen

waterproof[adj][n][v]

waterdicht,waterafstotend • waterdicht,waterdichte kleding • waterdicht maken,imperméabiliser

waterproofed[adj]

waterdicht,waterafstotend

waterspout[n]

afvoerpijp,goot

watertight[adj]

onweerlegbaar,waterdicht

waterway[n]

waterweg,bevaarbare waterweg

waterwheel[n]

waterrad,watermolen

waterworks[n]

waterwerken,watervoorzieningssystemen

watery[adj]

waterig,vol water

watt[n]
wattage[n]
wattle[n][v]

lel,gekleurde lob • vlechten om een vlechtwerk te vormen,weven om een scherm te maken

wattlebird[n]

lelhoningeter,vogel met lellen

wave[n][v]

golf,deining • zwaaien,met de hand zwaaien

wave a dead chicken[phrase]

zinloos bezig zijn

wave a magic wand[phrase]
wave model[n]

golfmodel,golvend model

wave number[n]

golfgetal,ruimtelijke frequentie

wave power[n]

golfenergie,golfkracht

wave tank[n]

golftank,golfbak

waveband[n]

golflengteband,frequentiebereik

wavelength[n]

golflengte,lengte van een golf

wavelet[n]

golfje,kleine golf

waver[v][n]

aarzelen,weifelen • wiebelen,trilling

waverer[n]

twijfelaar,aarzelaar

wavering[n][adj]

aarzeling,schommeling • onbeslist,aarzelend

wavey[adj]

modieus,stijlvol

wavy[adj]

golvend,krullend

wavy-haired[adj]

met golvend haar,met zachte krullen

wax[n][v]

was,kaars • harsen,waxen

wax bean[n]

wasboon,gele boon

wax light[n]

waskaars,waxlicht

wax moth[n]

wasmot,wassenvreter

wax paper[n]

vetvrij papier,paraffinepapier

wax ready-strip[n]

kant-en-klare waxstrip,vooraf gemaakte waxstrip voor ontharing

wax warmer[n]

wasverwarmer,warmhoudtoestel voor was

waxberry[n]

wasbes,wasboom

waxbill[n]

waxbill,astrild

waxing[n][adj]

harsen,ontharen met was • wassend,toenemend

waxwing[n]

pestvogel,Bombycilla garrulus

waxy[adj]

beïnvloedbaar,onder de indruk te brengen

way[n][adv]

methode,manier • ver,heel ver

way of life[phrase]
way out[n]

uitgang,ontsnappingsroute

way-out[adj]

ongebruikelijk,avant-gardistisch

waylay[v]

loeren,in een hinderlaag lokken

waymark[n]

wegmarkering,routebordje

wayobject[n]

wegobject,spoorweginrichting

wayward[adj]

eigenzinnig,onhandelbaar

wazzock[n]

domkop,idioot

we[pron]

wij

we are all adam's children but silk makes the difference[sentence]
weak[adj]

zwak,broos

weak as a kitten[phrase]

zwak als een vlieg

weak as water[phrase]

zwak van karakter

weak at the knees[phrase]
weak in the knees[phrase]

knikkende knieën krijgen

weak link[phrase]
weak point[n]

zwakke punt,gebrek

weak side[n]

zwakke kant,zwakke zone

weaken[v]

verzwakken,ondermijnen

weakened[adj]

verzwakt,verminderd

weakling[n]

slappeling,watje

weakly[adv][adj]

zwak,lusteloos • zwak,krachteloos

weakness[n]

zwakte,onvermogen

weal[n]

een bult,een papule

weal and woe[phrase]

lief en leed

wealth[n]
wealthy[adj]

rijk,welgesteld

wean[v]

spenen,afwennen

weapon[n]

wapen,bewapening

weapon system[n]

wapen systeem,wapen

weaponize[v]

militariseren,omzetten in een wapen

weaponry[n]

bewapening

weapons master[n]

wapenmeester,verantwoordelijke voor wapens

wear[v][n]

dragen,aanhebben • dragen,kleding

wear and tear[phrase]
wear down[v]

uitputten,slijten

wear hats[phrase]

meerdere petten op hebben

wear heart on sleeve[phrase]

zijn hart op zijn tong hebben

wear off[v]

verslijten,vervagen

wear out[v]

verslijten,uitputten

wear rose-colored glasses[phrase]
wear the pants[phrase]

thuis de broek aanhebben

wear the trousers[phrase]
wear thin[phrase]
wearable[n][adj]

kledingstuk,kledij • draagbaar,te dragen

wearer[n]

drager,gebruiker

wearily[adv]

vermoeid,moe

wearing[n][adj]

dragen,kleding • vermoeiend,uitputtend

wearing apparel[n]

kleding,kledij

LanGeek
Download de App