versprechen
Pronunciation
/fɛɐ̯ˈʃpʁɛçən/

Definitie en betekenis van "versprechen"in het Duits

versprechen
01

beloven, toezeggen

Jemandem zusichern, etwas zu tun
versprechen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
sprechen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verspreche
3e persoon enkelvoud
verspricht
onvoltooid deelwoord
versprechend
onvoltooid verleden tijd
versprach
voltooid deelwoord
versprochen
Voorbeelden
Du musst mir etwas versprechen.
Je moet me iets beloven.
02

beloven, hoop geven

Etwas erwarten lassen oder in Aussicht stellen
versprechen definition and meaning
Voorbeelden
Ihre Idee verspricht gute Ergebnisse.
Haar idee belooft goede resultaten.
03

zich verspreken

Beim Sprechen einen Fehler machen
sich versprechen definition and meaning
Voorbeelden
Sie hat sich beim Vortrag versprochen.
Ze heeft zich versproken tijdens de presentatie.
04

verwachten, hopen

Etwas erwarten oder erhoffen
sich versprechen definition and meaning
Voorbeelden
Was versprichst du dir davon?
Wat beloof je daarvan?
Das Versprechen
01

belofte, toezegging

Gesagte Zusage, etwas zu tun
das Versprechen definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Versprechens
meervoudsvorm
Versprechen
Voorbeelden
Das war ein leeres Versprechen.
Dat was een lege belofte.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store