Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
rühren
[past form: rührte]
01
roeren,omroeren, هم زدن
Etwas mit einem Löffel oder ähnlichem Werkzeug vorsichtig oder kräftig vermischen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
rühre
3e persoon enkelvoud
rührt
onvoltooid deelwoord
rührend
onvoltooid verleden tijd
rührte
voltooid deelwoord
gerührt
Voorbeelden
Sie rührt den Kaffee mit einem Löffel.
Ze roert de koffie met een lepel.
02
حرکت دادن, تکان دادن
Voorbeelden
Er war so erschöpft, dass er sich nicht mehr rühren konnte.



























