messen
Pronunciation
/ˈmɛsən/

Definitie en betekenis van "messen"in het Duits

messen
01

meten

Größe, Menge oder Wert mit einem Messgerät bestimmen
messen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
messe
3e persoon enkelvoud
misst
onvoltooid deelwoord
messend
onvoltooid verleden tijd
maß
voltooid deelwoord
gemessen
Voorbeelden
Kannst du die Temperatur des Wassers messen?
Kun je de temperatuur van het water meten ?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store