Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
festhalten
01
stevig vasthouden, vastgrijpen
Etwas oder jemanden mit der Hand fest greifen und nicht loslassen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
fest
basiswerkwoord
halten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
halte fest
3e persoon enkelvoud
hält fest
onvoltooid deelwoord
festhaltend
onvoltooid verleden tijd
hielt fest
voltooid deelwoord
festgehalten
Voorbeelden
Sie hielt seine Hand fest.
Ze hield zijn hand stevig vast.
02
vasthouden, zich vastklampen
Sich an etwas fest greifen, um nicht zu fallen
Voorbeelden
Ich konnte mich gerade noch am Baum festhalten.
Ik kon me net nog aan de boom vasthouden.
03
vasthouden aan, trouw blijven aan
An einer Meinung, Idee oder Regel fest bleiben
Voorbeelden
Wir müssen an unserem Plan festhalten.
We moeten ons houden aan ons plan.
04
vastleggen, registreren
Etwas schriftlich oder mit einem Gerät dokumentieren
Voorbeelden
Sie hat die Szene auf Video festgehalten.
Ze heeft de scène op video vastgelegd.
Lexicale Boom
festhalten
fest
halten



























