Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
erschweren
[past form: erschwerte]
01
bemoeilijken, compliceren
Etwas schwieriger oder komplizierter machen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
erschwere
3e persoon enkelvoud
erschwert
onvoltooid deelwoord
erschwerend
onvoltooid verleden tijd
erschwerte
voltooid deelwoord
erschwert
Voorbeelden
Seine Verletzung erschwert ihm das Gehen.
Zijn blessure maakt het lopen moeilijk voor hem.



























