aussen
aus
aʊs
aws
lø:
leu
sen
zən
zēn
auslebenauslotenausladenauslegen

Definitie en betekenis van "auslösen"in het Duits

auslösen
01

uitlokken, veroorzaken

Der Grund für eine Reaktion oder ein Ereignis sein 
auslösen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
lösen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
löse aus
3e persoon enkelvoud
löst aus
onvoltooid deelwoord
auslösend
onvoltooid verleden tijd
löste aus
voltooid deelwoord
ausgelöst
Voorbeelden
Sein Kommentar löste eine heftige Diskussion aus. 

Zijn opmerking ontketende een heftige discussie.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store