Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
auslösen
[past form: löste aus]
01
uitlokken, veroorzaken
Der Grund für eine Reaktion oder ein Ereignis sein
Voorbeelden
Der Lärm kann Kopfschmerzen auslösen.
Het lawaai kan hoofdpijn veroorzaken.
Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
uitlokken, veroorzaken