auch
Pronunciation
/aux/

Definitie en betekenis van "auch"in het Duits

01

ook, eveneens

Drückt eine zusätzliche Information oder Ähnlichkeit aus
auch definition and meaning
example
Voorbeelden
Sie spricht Deutsch und auch Englisch.
Ze spreekt Duits en ook Engels.
01

toch?

Fragend oder bestätigend, um Sicherheit zu geben
auch definition and meaning
example
Voorbeelden
Er kann auch fahren, oder?
Hij kan ook rijden, toch?
02

Wees ook voorzichtig!, Wees voorzichtig dan!

Erinnert oder warnt mit Nachdruck
auch definition and meaning
example
Voorbeelden
Räum auch dein Zimmer auf!
Ruim ook je kamer op !
03

daarom, ook

Erklärt eine logische Folge
auch definition and meaning
example
Voorbeelden
Er hat Hunger, auch isst er etwas.
Hij heeft honger, dus eet hij iets.
04

zelfs

Betont eine unerwartete oder extreme Aussage
example
Voorbeelden
Auch der Lehrer war überrascht.
Zelfs de leraar was verrast.
05

echt, werkelijk

Bestätigt oder betont eine Aussage
example
Voorbeelden
Du bist auch komisch!
Jij bent ook raar!
06

nou

Begründet eine Aussage
example
Voorbeelden
" Das Essen ist lecker. " " Sie kocht auch gut! "
"Het eten is heerlijk." "Bovendien kookt ze ook goed!"
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store