abmachen
ab
ˈap
ap
machen
ˌmaxn
makhn
abkochenabsuchenabbuchen

Definitie en betekenis van "abmachen"in het Duits

abmachen
01

verwijderen, losmaken

Etwas, das befestigt oder angebracht war, entfernen 
abmachen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
machen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
mache ab
3e persoon enkelvoud
macht ab
onvoltooid deelwoord
abmachend
onvoltooid verleden tijd
machte ab
voltooid deelwoord
abgemacht
Voorbeelden
Er macht das Schild von der Wand ab. 

Hij verwijdert het bord van de muur.

02

afspreken, overeenkomen

Eine Vereinbarung treffen oder etwas festlegen 
abmachen definition and meaning
Voorbeelden
Wir haben einen Termin für nächste Woche abgemacht. 

We hebben een afspraak voor volgende week gemaakt.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store