Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
abnehmen
01
afnemen, verwijderen
Etwas von einer Stelle entfernen oder abheben
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
nehmen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
nehme ab
3e persoon enkelvoud
nimmt ab
onvoltooid deelwoord
abnehmend
onvoltooid verleden tijd
nahm ab
voltooid deelwoord
abgenommen
Voorbeelden
Kannst du bitte das Bild von der Wand abnehmen?
Kun je alsjeblieft de afbeelding van de muur afnemen ?
02
afvallen, gewicht verliezen
Körpergewicht verlieren
Voorbeelden
Er nimmt langsam ab.
Hij verliest langzaam gewicht.
03
afnemen, dalen
Weniger werden oder sinken
Voorbeelden
Der Lärm nahm endlich ab.
Het lawaai nam eindelijk af.



























