u-bahnuhr
van 4
u-bahnuhr
u-bahn[n]

metro,ondergrondse spoorweg

u-boot[n]

onderzeeër,duikboot

übel[adj]

misselijk,met misselijkheid

übelkeit[n]

misselijkheid,braakneiging

üben[v]

oefenen,trainen

über[prep][adj][adv]

boven,over • overgebleven,restant • meer dan,boven

über das ziel hinausschießen[phrase]
über den kopf wachsen[phrase]
über die schulter schauen[phrase]
über kenntnisse verfügen[phrase]
überall[adv]

overal,op elke plaats

überarbeiten[v]

herzien, bijwerken

überaus[adv]

zeer,uitzonderlijk

überbacken[v]
überblick[n]

overzicht,panorama

überdenken[v]
übereinstimmen[v]

het eens zijn,overeenkomen

überfahren[v]

aanrijden,overrijden

überfluss[n]

overvloed,overdaad

überflüssig[adj]
überfordern[v]

overbelasten,overweldigen

überforderung[n]
überfüllen[v]
übergabe[n]
übergangsjacke[n]
übergangskleidung[n]
übergangsphase[n]
übergehen[v]

overgaan in,overgaan naar

übergeordnet[adj]
übergreifend[adj]

overkoepelend,intersectoraal

überhaupt[adv]

helemaal,absoluut

überholen[v]

inhalen,voorbijrijden

überholt[adj]

verouderd,achterhaald

überhören[v]

niet horen,negeren

überkommen[v][adj]
überlassen[v]

overdragen,toevertrouwen

überlastung[n]
überleben[n]
überlegen[v][adj]

nadenken,overwegen • superieur,beter

überlegung[n]
überliefern[v]
überlieferung[n]
übermorgen[adv]

overmorgen,de dag na morgen

übermüdung[n]
übernachten[v]

overnachten,de nacht doorbrengen

übernachtung[n]

overnachting,nachtverblijf

übernahme[n]
übernatürlich[adj]

bovennatuurlijk,bovennatuurlijke

übernehmen[v]

overnemen,op zich nemen

überprüfbar[adj]
überprüfen[v]

controleren,verifiëren

überqueren[v]

oversteken

überquerung[n]
überraschen[v]

verrassen,verbazen

überraschend[adj]
über­ra­schen­der­wei­se[adv]

verrassend,op verrassende wijze

überrascht[adj]

verrast,verbaasd

überraschung[n]

verrassing,verbazing

überreden[v]

overtuigen,overhalen

überregional[adj]

supraregionaal,transregionaal

überrest[n]

overblijfsel,restant

überschätzen[v]
überschneidung[n]
überschreiten[v]

overschrijden,overtreffen

überschrift[n]

titel,kop

überschulden[v]

overmatig schulden maken,in overmatige schulden raken

überschuss[n]
überschwemmung[n]
übersehen[v]
übersetzen[v]

vertalen

übersetzer[n]

vertaler,tolk

übersetzung[n]

vertaling,versie

übersicht[n]

overzicht,samenvatting

übersichtlich[adj]

overzichtelijk,goed georganiseerd

überspielen[v]
überspringen[v]

overspringen,springen

übersteigen[v]
überstreifen[v]
überstunde[n]

overuur,extra uur

übertragen[v]
übertreiben[v]

overdrijven,overdrijven

übertreibung[n]
übertreten[v]

overtreden,schenden

übertrumpfen[v]

overtreffen,overvleugelen

überwachen[v]

bewaken,monitoren

überwachung[n]

toezicht,controle

überweisen[v]

overmaken,overschrijven

überweisung[n]

overschrijving,geldoverdracht

überwiegen[v]
überzeugen[v]

overtuigen

überzeugend[adj]

overtuigend,geloofwaardig

überzeugt[adj]

overtuigd,verzekerd

überzeugung[n]

overtuiging,vaste overtuiging

überziehen[v]
üblich[adj]

gebruikelijk,gewoon

übrig[adj]

overgebleven,restant

übrigens[adv]

trouwens,overigens

übung[n]

oefening,training

ufer[n]

oever,kust

uhr[n]

uur,uur

LanGeek
Download de App