uhrwerkungeklärt
van 4
uhrwerkungeklärt
uhrwerk[n]

uurwerkmecanisme,klokmechanisme

uhu[n]
ultraschall[n]
um[prep]

om,rond

um zu[prep]
umarmen[v]

omhelzen,knuffelen

umbau[n]

verbouwing,transformatie

umbuchung[n]
umdenken[v][n]
umdrehen[v]

omdraaien,zich omkeren

umfahren[v]

omrijden,vermijden door te rijden

umfang[n]

omtrek,omtrek van een cirkel

umfangreich[adj]

uitgebreid,gedetailleerd

umfassen[v]
umfeld[n]

omgeving,klimaat

umformen[v]

vormgeven

umfrage[n]

enquête,onderzoek

umfrageergebnis[n]

onderzoeksresultaat,enquêteresultaat

umgang[n]

interactie,omgang

umgangsform[n]

manieren,goede manieren

umgangston[n]

toon van communicatie,gesprekstoon

umgebung[n]

omgeving,omstreken

umgehen[v]

vermijden,ontwijken

umgekehrt[adj]

omgekeerd,omgedraaid

umgestalten[v]

herontwerpen

umhang[n]

cape,mantel zonder mouwen

umhängetasche[n]
umkämpfen[v]
umkehren[v]
umkleidekabine[n]
umlaufbahn[n]

baan,omloopbaan

umleitung[n]

omleiding,omweg

umnachtung[n]

verstandsverduistering,mentale verwarring

umrüsten[v]
umsatz[n]

omzet,verkopen

umschalten[v]
umschlag[n]

envelop,omslag

umschreiben[v]

herschrijven

umschulen[v]
umschulung[n]
umsetzbar[adj]

uitvoerbaar,haalbaar

umsetzen[v]

implementeren,uitvoeren

umsetzung[n]

uitvoering,implementatie

umsiedlung[n]
umso[conj]

des te,hoe meer

umsonst[adv]

gratis,voor niets

umsteigen[v]

overstappen,veranderen

umstellen[v]
umstritten[adj]

controversieel,betwistbaar

umtausch[n]
umtauschen[v]

ruilen,omwisselen

umwandlung[n]
umwelt[n]

omgeving,milieu

umweltamt[n]
umweltbilanz[n]
umweltfreundlich[adj]
umweltministerium[n]

Ministerie van Milieu,Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

umweltökonomie[n]
umweltschädlich[adj]
umweltschutz[n]

milieubescherming,milieubescherm

umweltverschmutzung[n]

milieuvervuiling,vervuiling van het milieu

umweltzentrum[n]
umwerfend[adj]

verbluffend,indrukwekkend

umziehen[v]

verhuizen,van woonplaats veranderen

umzug[n]

verhuizing,verplaatsing

unabhängig[adj]

onafhankelijk,zelfstandig

unangebracht[adj]
unangenehm[adj]
unantastbar[adj]
unauffällig[adj]
unaufgeregt[adj]
unaufhaltsam[adj]

onstuitbaar,onweerstaanbaar

unausstehlich[adj]

onuitstaanbaar

unbedingt[adj][adv]

absoluut,noodzakelijk • absoluut,noodzakelijkerwijs

unbefriedigend[adj]

onbevredigend,onvoldoende

unbefristet[adj]
unbehagen[n]

ongemak,onbehagen

unbekannt[adj]

onbekend,onbekende

unbekümmert[adj]

zorgeloos,onbekommerd

unberechenbar[adj]

onvoorspelbaar,onbeheersbaar

unbewusst[adj]

onbewust,onvrijwillig

unbezahlt[adj]
unbürokratisch[adj]
und[conj]

en

unehrlich[adj]

oneerlijk

unentschieden[adj]

gelijk,onbeslist

unerheblich[adj]
unerlässlich[adj]
unerschwinglich[adj]
unersetzlich[adj]

onvervangbaar,onbetaalbaar

unerwünscht[adj]
unfall[n]

ongeval,ongeval

unfallstatistik[n]
unfreundlich[adj]

koud,onvriendelijk

ungarn[n]

Hongarije,Hongarije

ungeachtet[prep]

ondanks

ungebremst[adj]

ongeremd,zonder rem

ungeduld[n]
ungefähr[adj]

ongeveer,bij benadering

ungeklärt[adj]

onbehandeld,ongeclarificeerd

LanGeek
Download de App