Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
étudier
01
studeren
apprendre ou suivre des cours pour acquérir des connaissances
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
étudie
1e persoon meervoud
étudions
1e persoon toekomende tijd
étudierai
onvoltooid deelwoord
étudiant
voltooid deelwoord
étudié
1e persoon meervoud imperfectum
étudiions
Voorbeelden
Elle étudie la médecine à l'université.
Ze studeert geneeskunde aan de universiteit.
02
studeren, onderzoeken
examiner attentivement un sujet , un document ou une situation
Voorbeelden
Il faut étudier ce document avant la réunion.
Dit document moet voor de vergadering bestudeerd worden.
03
zichzelf bestuderen, zichzelf observeren
observer ou analyser soi-même son comportement, ses actions ou ses réactions
Voorbeelden
Ils se sont étudiés en se filmant.
Zij bestudeerden zichzelf door zichzelf te filmen.
04
bestuderen, analyseren
observer ou analyser attentivement une autre personne, souvent dans un contexte stratégique ou compétitif
Voorbeelden
Les adversaires s'étudient avant le débat.
De tegenstanders bestuderen elkaar voor het debat.



























