Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
étudier
01
studeren
apprendre ou suivre des cours pour acquérir des connaissances
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
étudie
1e persoon meervoud
étudions
1e persoon toekomende tijd
étudierai
onvoltooid deelwoord
étudiant
voltooid deelwoord
étudié
1e persoon meervoud imperfectum
étudiions
Voorbeelden
Nous devons étudier pour réussir l' examen.
We moeten studeren om het examen te halen.
02
studeren, onderzoeken
examiner attentivement un sujet, un document ou une situation
Voorbeelden
Les scientifiques étudient les effets du changement climatique.
Wetenschappers bestuderen de effecten van klimaatverandering.
03
zichzelf bestuderen, zichzelf observeren
observer ou analyser soi-même son comportement, ses actions ou ses réactions
Voorbeelden
Nous devons parfois étudier nos propres habitudes.
Soms moeten we onze eigen gewoonten bestuderen.
04
bestuderen, analyseren
observer ou analyser attentivement une autre personne, souvent dans un contexte stratégique ou compétitif
Voorbeelden
Ils se sont longuement étudiés avant d' agir.
Ze hebben elkaar lang bestudeerd voordat ze handelden.



























