Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
élaborer
01
ontwikkelen, uitwerken
préparer, concevoir ou mettre au point quelque chose avec soin
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
élabore
1e persoon meervoud
élaborons
1e persoon toekomende tijd
élaborerai
onvoltooid deelwoord
élaborant
voltooid deelwoord
élaboré
1e persoon meervoud imperfectum
élaborions
Voorbeelden
Elle élabore un plan pour le projet.
Ze stelt een plan op voor het project.



























