Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
éblouir
01
verblinden, impressioneren
impressionner vivement par un éclat ou une performance exceptionnelle
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
éblouis
1e persoon meervoud
éblouissons
1e persoon toekomende tijd
éblouirai
onvoltooid deelwoord
éblouissant
voltooid deelwoord
ébloui
1e persoon meervoud imperfectum
éblouissions
Voorbeelden
Les feux d' artifice nous ont éblouis toute la soirée.
Het vuurwerk heeft ons de hele avond verblind.



























