Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
rompre
01
breken, beëindigen
mettre fin à un lien amoureux, amical ou professionnel
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
romps
1e persoon meervoud
rompons
1e persoon toekomende tijd
romprai
onvoltooid deelwoord
rompant
voltooid deelwoord
rompu
1e persoon meervoud imperfectum
rompions
Voorbeelden
Mon frère a rompu avec sa petite amie hier.
Mijn broer heeft gisteren met zijn vriendin gebroken.



























