Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ronchonner
01
mopperen, brommen
exprimer son mécontentement ou sa mauvaise humeur en parlant à voix basse ou en marmonnant
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
ronchonne
1e persoon meervoud
ronchonnons
1e persoon toekomende tijd
ronchonnerai
onvoltooid deelwoord
ronchonnant
voltooid deelwoord
ronchonné
1e persoon meervoud imperfectum
ronchonnions
Voorbeelden
Les enfants ronchonnent quand il faut faire les devoirs.
De kinderen mopperen wanneer ze huiswerk moeten maken.



























