Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le pied
01
voet, poot
partie du corps située en bas de la jambe, sur laquelle on marche
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
pieds
Voorbeelden
Il a mal au pied droit.
Hij heeft pijn in zijn rechter voet.
02
basis, voet
partie inférieure d'un objet sur laquelle il repose
Voorbeelden
La table a un pied cassé.
De tafel heeft een poot gebroken.
03
voet, voet
ancienne unité de mesure de longueur, équivalente à environ 30 centimètres
Voorbeelden
Ce bâtiment mesure 100 pieds de haut.
Dit gebouw is 100 voet hoog.
04
hoef, klauw
extrémité dure de la patte des animaux comme les chevaux ou les vaches.
Voorbeelden
Le cheval a blessé un pied en courant.
Het paard heeft een hoef verwond tijdens het rennen.
05
voet, basis
partie basse d'une montagne ou d'une colline
Voorbeelden
Le village est situé au pied de la montagne.
Het dorp ligt aan de voet van de berg.
06
voet, versvoet
unité de mesure de la longueur d'un vers en poésie
Voorbeelden
Un pied en poésie est un groupe de syllabes.
Een voet in poëzie is een groep lettergrepen.



























