Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le passeport
01
paspoort, reisdocument
document officiel permettant de voyager à l'étranger
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
singular
not gender specific
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
passeports
Voorbeelden
Mon passeport expire dans six mois.
Mijn paspoort verloopt over zes maanden.
LanGeek



























