Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ordinaire
01
gewoon, gemiddeld
de qualité moyenne , ni bon ni mauvais
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus ordinaire
vergrotende trap
plus ordinaire
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
ordinaire
mannelijk meervoud
ordinaires
vrouwelijk enkelvoud
ordinaire
vrouwelijk meervoud
ordinaires
Voorbeelden
Le film était ordinaire, ni bon ni mauvais.
De film was gewoon, niet goed en niet slecht.
02
gewoon, normaal
habituel , normal (dans un contexte temporel)
Voorbeelden
Je prends mon café ordinaire à 8h chaque matin.
Ik drink mijn gewone koffie om 8 uur elke ochtend.
L'ordinaire
01
het gebruikelijke, het gewone
le standard habituel, la routine ou la norme
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
Voorbeelden
Il dépense plus que l'ordinaire ce mois-ci.
Hij geeft deze maand meer uit dan gewoonlijk.
02
dagelijkse maaltijd, gewoon voedsel
nourriture habituelle ou quotidienne
Voorbeelden
À la cantine, l'ordinaire est souvent monotone.
In de kantine is het gewone vaak monotoon.



























