Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ingérer
01
inslikken, opnemen
avaler ou absorber de la nourriture ou un médicament
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
ingère
1e persoon meervoud
ingérons
1e persoon toekomende tijd
ingérerai
onvoltooid deelwoord
ingérant
voltooid deelwoord
ingéré
1e persoon meervoud imperfectum
ingérions
Voorbeelden
Il ne faut pas ingérer de produits chimiques dangereux.
Je mag geen gevaarlijke chemicaliën inslikken.



























