injecter
injecter
ɛ̃ʒɛkte
ezhekte
infecterinspecter

Definitie en betekenis van "injecter"in het Frans

injecter
01

injecteren, inspuiten

introduire  un liquide , un médicament ou une substance dans le corps à l'aide d'une seringue ou d'un dispositif similaire 
injecter definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
injecte
1e persoon meervoud
injectons
1e persoon toekomende tijd
injecterai
onvoltooid deelwoord
injectant
voltooid deelwoord
injecté
1e persoon meervoud imperfectum
injections
Voorbeelden
L'infirmière va injecter le vaccin au patient. 

De verpleegkundige gaat het vaccin aan de patiënt injecteren.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store