Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
glisser
01
uitglijden, glijden
se déplacer sans contrôle sur une surface lisse
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
glisse
1e persoon meervoud
glissons
1e persoon toekomende tijd
glisserai
onvoltooid deelwoord
glissant
voltooid deelwoord
glissé
1e persoon meervoud imperfectum
glissions
Voorbeelden
Attention, le sol est mouillé, tu pourrais glisser !
Pas op, de vloer is nat, je zou kunnen uitglijden!



























