frimer
Pronunciation
/fʁimˈe/

Definitie en betekenis van "frimer"in het Frans

frimer
01

opscheppen, pronken

se vanter ou se montrer pour impressionner les autres
frimer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
frime
1e persoon meervoud
frimons
1e persoon toekomende tijd
frimerai
onvoltooid deelwoord
frimant
voltooid deelwoord
frimé
1e persoon meervoud imperfectum
frimions
Voorbeelden
Arrête de frimer, on sait que tu as gagné.
Stop met opscheppen, we weten dat je gewonnen hebt.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store