Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
enveloppé
01
omhuld, omringd
entouré de tous côtés
Voorbeelden
Notre quartier est enveloppé d' une épaisse forêt.
Onze buurt is omhuld door een dicht bos.
02
dik, rond
qui a un corps rond et un peu gras
Voorbeelden
Le chat du voisin est tout enveloppé et doux.
De kat van de buurman is helemaal rond en zacht.
03
ingepakt, omhuld
recouvert ou entouré complètement par quelque chose
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
le plus enveloppé
vergrotende trap
plus enveloppé
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
enveloppé
mannelijk meervoud
enveloppés
vrouwelijk enkelvoud
enveloppée
vrouwelijk meervoud
enveloppées
Voorbeelden
Le cadeau était enveloppé dans du papier rouge.
Het cadeau was ingepakt in rood papier.



























