Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
envisager
01
overwegen, in overweging nemen
penser à quelque chose comme possibilité ou projet, considérer une action ou une solution
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
envisage
1e persoon meervoud
envisageons
1e persoon toekomende tijd
envisagerai
onvoltooid deelwoord
envisageant
voltooid deelwoord
envisagé
1e persoon meervoud imperfectum
envisagions
Voorbeelden
Nous envisageons de partir en vacances cet été.
We envisager om deze zomer op vakantie te gaan.



























