Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
envahir
01
binnenvallen, bezetten
occuper ou prendre possession d'un lieu ou d'un espace
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
envahis
1e persoon meervoud
envahissons
1e persoon toekomende tijd
envahirai
onvoltooid deelwoord
envahissant
voltooid deelwoord
envahi
1e persoon meervoud imperfectum
envahissions
Voorbeelden
L' eau a envahi le sous-sol après la pluie.
Het water overspoelde de kelder na de regen.
02
overweldigen, overspoelen
prendre le contrôle ou submerger complètement quelque chose ou quelqu'un
Voorbeelden
La colère a envahi la pièce après la dispute.
Woede overviel de kamer na de ruzie.



























