enfoncer
Pronunciation
/ɑ̃fɔ̃sˈe/

Definitie en betekenis van "enfoncer"in het Frans

enfoncer
01

inbreken, inslaan

faire céder avec force (une porte, une fenêtre)
enfoncer definition and meaning
Voorbeelden
La police a enfoncé la porte pour intervenir.
De politie brak de deur open om in te grijpen.
02

verpletteren, vernietigen

vaincre complètement, dominer de manière écrasante
enfoncer definition and meaning
Voorbeelden
L' armée a enfoncé les défenses ennemies.
Het leger verpletterde de vijandelijke verdediging.
03

inslaan, indrijven

faire pénétrer avec force dans quelque chose
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
enfonce
1e persoon meervoud
enfonçons
1e persoon toekomende tijd
enfoncerai
onvoltooid deelwoord
enfonçant
voltooid deelwoord
enfoncé
1e persoon meervoud imperfectum
enfoncions
Voorbeelden
Elle enfonce la clé dans la serrure.
Ze steekt de sleutel in het slot.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store