Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
embĂȘter
01
lastigvallen, storen
dĂ©ranger ou gĂȘner quelqu'un, rendre la situation dĂ©sagrĂ©able
Voorbeelden
Il embĂȘte son voisin avec sa musique forte.
Irriteert zijn buurman met zijn luide muziek.
02
lastigvallen
causer de l'ennui ou de l'agacement Ă quelqu'un
Voorbeelden
Les retards de transport embĂȘtent les passagers.
Transportvertragingen ergeren de passagiers.
03
zich vervelen, zich ergeren
se sentir ennuyé ou dérangé par quelque chose
Voorbeelden
Les enfants s' embĂȘtent sans jeux ni activitĂ©s.
De kinderen vervelen zich zonder spelletjes of activiteiten.



























