embaucher
Pronunciation
/ɑ̃boʃe/

Definitie en betekenis van "embaucher"in het Frans

embaucher
01

aannemen, in dienst nemen

recruter quelqu'un pour un travail
embaucher definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
embauche
1e persoon meervoud
embauchons
1e persoon toekomende tijd
embaucherai
onvoltooid deelwoord
embauchant
voltooid deelwoord
embauché
1e persoon meervoud imperfectum
embauchions
Voorbeelden
Elle a été embauchée après un entretien réussi.
Ze werd aangenomen na een succesvol sollicitatiegesprek.
02

aannemen, in dienst nemen

donner un travail ou une tâche à quelqu'un
embaucher definition and meaning
Voorbeelden
On a embauché les techniciens pour installer le matériel.
We hebben de technici aangenomen om de apparatuur te installeren.
03

beginnen met werken, aan het werk gaan

commencer à travailler dans un emploi
Voorbeelden
Ils embauchent à huit heures tous les matins.
Ze huren in om acht uur elke ochtend.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store