embaucher
embaucher
ɑ̃boʃe
aaboshe
embrocheremboucherembaumer

Definitie en betekenis van "embaucher"in het Frans

embaucher
01

aannemen, in dienst nemen

recruter quelqu'un pour un travail 
embaucher definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
embauche
1e persoon meervoud
embauchons
1e persoon toekomende tijd
embaucherai
onvoltooid deelwoord
embauchant
voltooid deelwoord
embauché
1e persoon meervoud imperfectum
embauchions
Voorbeelden
L'entreprise a embauché dix nouveaux employés. 

Het bedrijf heeft tien nieuwe werknemers aangenomen.

02

aannemen, in dienst nemen

donner un travail ou une tâche à quelqu'un 
embaucher definition and meaning
Voorbeelden
Le chef a embauché son équipe sur un nouveau projet. 

De baas heeft zijn team aangenomen voor een nieuw project.

03

beginnen met werken, aan het werk gaan

commencer à travailler dans un emploi 
Voorbeelden
J'embauche demain dans une nouvelle entreprise. 

Morgen begin ik te werken in een nieuw bedrijf.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store