déboucher
Pronunciation
/debuʃˈe/

Definitie en betekenis van "déboucher"in het Frans

déboucher
01

ontkurken, openen

ouvrir une bouteille en enlevant le bouchon
déboucher definition and meaning
example
Voorbeelden
Nous avons débouché le champagne pour célébrer.
We hebben de champagne ontkurkt om te vieren.
02

uitmonden, uitkomen op

aboutir à un endroit
déboucher definition and meaning
example
Voorbeelden
La piste cyclable débouche près de la plage.
Het fietspad komt uit bij het strand.
03

ontstoppen, een verstopping opheffen

dégager un passage obstrué
example
Voorbeelden
Il faut déboucher les gouttières avant l' hiver.
We moeten de goten voor de winter ontstoppen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store