Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
hol, leeg
qui est vide à l'intérieur ou enfoncé
Voorbeelden
La coquille est creuse à l' intérieur.
De schelp is van binnen hol.
02
hol, leeg
qui est affaibli ou qui manque de puissance
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus creux
vergrotende trap
plus creux
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
creux
mannelijk meervoud
creux
vrouwelijk enkelvoud
creuse
vrouwelijk meervoud
creuses
Voorbeelden
Le creux du tonnerre a surpris les enfants.
De leegte van de donder verraste de kinderen.
03
leeg, hol
qui manque de substance, de sincérité ou d'importance
Voorbeelden
Le débat était creux et inutile.
Het debat was hol en nutteloos.
Le creux
[gender: masculine]
01
holte, kuil
partie enfoncée ou vide dans une surface
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
creux
Voorbeelden
Elle a mis ses mains dans le creux de ses genoux.
Ze legde haar handen in de holte van haar knieën.
02
dip, inzakking
moment où il y a moins d'activité, d'énergie ou de force
Voorbeelden
Les ventes sont dans un creux pendant l' été.
De verkopen zitten in een dip tijdens de zomer.



























