Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
contenter
01
tevredenstellen, bevredigen
donner satisfaction, faire plaisir à quelqu'un
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
contente
1e persoon meervoud
contentons
1e persoon toekomende tijd
contenterai
onvoltooid deelwoord
contentant
voltooid deelwoord
contenté
1e persoon meervoud imperfectum
contentions
Voorbeelden
Le professeur a contenté ses élèves en annulant le test.
De leraar tevreden stelde zijn leerlingen door de toets af te zeggen.
02
tevreden zijn met, zich tevreden stellen met
être satisfait de ce qu'on a, ne pas en demander davantage
Voorbeelden
Je me contente de ce que j' ai.
Ik tevreden me met wat ik heb.



























