construire
construire
kɔ̃stʁɥiʁ
kawstrüir

Definitie en betekenis van "construire"in het Frans

construire
01

bouwen, oprichten

réaliser quelque chose en assemblant des pièces ou des éléments 
construire definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
construis
1e persoon meervoud
construisons
1e persoon toekomende tijd
construirai
onvoltooid deelwoord
construisant
voltooid deelwoord
construit
1e persoon meervoud imperfectum
construisions
Voorbeelden
Il a construit une maquette d'avion. 

Hij heeft een modelvliegtuig gebouwd.

02

bouwen, oprichten

assembler des matériaux pour créer un bâtiment ou une structure physique 
construire definition and meaning
Voorbeelden
Ils construisent un immeuble en centre-ville. 

Bouwen een gebouw in het stadscentrum.

03

gebouwd worden, opgetrokken worden

devenir un bâtiment ou une structure ; être édifié 
construire definition and meaning
Voorbeelden
Une nouvelle maison se construit dans notre quartier. 

Een nieuw huis wordt gebouwd in onze buurt.

04

bouwen, opbouwen

former quelque chose de mental, moral ou émotionnel 
Voorbeelden
Il a construit sa réputation au fil des années. 

Hij bouwde zijn reputatie op in de loop der jaren.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store