Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
boiter
01
manken, hinken
marcher en penchant le corps à chaque pas à cause d'une douleur ou difformité
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
boite
1e persoon meervoud
boitons
1e persoon toekomende tijd
boiterai
onvoltooid deelwoord
boitant
voltooid deelwoord
boité
1e persoon meervoud imperfectum
boitions
Voorbeelden
Le vieux chien boite à cause de l' arthrite.
De oude hond hinkt vanwege artritis.
02
mank lopen
manquer de logique ou de cohérence (pour un argument, une théorie)
Voorbeelden
Sa défense a boité durant tout le procès.
Zijn verdediging mankte tijdens de hele rechtszaak.



























