Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
avant
01
voor, vóór
indique un moment antérieur à un autre événement
grammaticale informatie
Voorbeelden
Il faut arriver avant midi.
L'avant
01
voorkant, voorzijde
partie située devant un objet ou un véhicule
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
avants
Voorbeelden
L'avant de la voiture est cassé.
De voorkant van de auto is kapot.
02
aanvaller, spits
joueur placé en position offensive, chargé d'attaquer, surtout au football
Voorbeelden
L'avant a marqué un but décisif hier.
De aanvaller scoorde gisteren een beslissend doelpunt.
avant
01
eerder
indique un moment plus tôt dans le temps
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Je suis arrivé avant.
Ik ben eerder aangekomen.
02
vooraan, vooruit
en position plus avancée ou plus proche de l'avant
Voorbeelden
Le joueur s'est déplacé avant sur le terrain.
De speler bewoog vooruit op het veld.



























