arracher
Pronunciation
/aʀaʃe/

Definitie en betekenis van "arracher"in het Frans

arracher
01

uitrukken, eruit trekken

retirer quelque chose en le tirant avec force, souvent depuis sa base ou son origine
arracher definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
arrache
1e persoon meervoud
arracons
1e persoon toekomende tijd
arracherai
onvoltooid deelwoord
arrachant
voltooid deelwoord
arraché
1e persoon meervoud imperfectum
arracons
Voorbeelden
Il a arraché la vieille affiche du mur.
Hij trok de oude poster van de muur.
02

uittrekken, verwijderen

retirer une dent de sa place dans la bouche, souvent par un dentiste
Voorbeelden
Elle a eu mal après qu' on lui a arraché une dent.
Ze had pijn nadat er een tand was getrokken.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store