Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
adapter
01
aanpassen, adapteren
changer pour aller bien avec une situation nouvelle
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
adapte
1e persoon meervoud
adaptons
1e persoon toekomende tijd
adapterai
onvoltooid deelwoord
adaptant
voltooid deelwoord
adapté
1e persoon meervoud imperfectum
adaptions
Voorbeelden
Les enfants s' adaptent facilement à l' école.
Kinderen passen zich gemakkelijk aan op school.
02
aanpassen, bewerken
transformer une œuvre pour un autre format (film, théâtre, etc.)
Voorbeelden
Cette pièce est adaptée d' un conte ancien.
Dit toneelstuk is bewerkt uit een oud verhaal.
03
aanpassen
changer quelque chose pour qu'il convienne à un but ou une situation
Voorbeelden
Le professeur adapte ses méthodes à chaque élève.
De leraar past zijn methoden aan voor elke leerling.



























