Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
guiar
01
begeleiden, leiden
llevar o conducir a alguien mostrando el camino
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
guío
3e persoon enkelvoud
guía
onvoltooid deelwoord
guiando
onvoltooid verleden tijd
guió
voltooid deelwoord
guiado
Voorbeelden
¿ Puedes guiarme hasta la oficina de correos?
Kunt u mij naar het postkantoor begeleiden?
02
begeleiden, adviseren
aconsejar, instruir o servir de modelo a alguien
Voorbeelden
Un buen entrenador no solo entrena, también guía a sus atletas.
Een goede trainer traint niet alleen, maar begeleidt ook zijn atleten.



























