Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
encerrar
01
bevatten, omvatten
tener algo en su interior o como parte de sí
Voorbeelden
El parque nacional encierra una biodiversidad increíble.
Het nationale park herbergt een ongelooflijke biodiversiteit.
02
opsluiten
confinar a una persona en un lugar como una prisión, manicomio, etc.
Voorbeelden
Dicen que el castillo está encantado porque encerraron allí a un rey loco.
Ze zeggen dat het kasteel spookt omdat ze daar een gekke koning hebben opgesloten.
03
opsluiten, insluiten
poner o mantener a alguien o algo dentro de un lugar cerrado
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
encierro
3e persoon enkelvoud
encierra
onvoltooid deelwoord
encerrando
onvoltooid verleden tijd
encerró
voltooid deelwoord
encerrado
Voorbeelden
La tormenta nos encerró en casa todo el fin de semana.
De storm sloot ons het hele weekend in huis op.



























