acomodar

Definitie en betekenis van "acomodar"in het Spaans

acomodar
01

plaatsen, zetten

colocar algo en un lugar determinado
acomodar definition and meaning
Voorbeelden
Acomodaron las sillas en el salón.
Ze zetten de stoelen in de zaal.
02

plaatsen

colocar a alguien o algo en un lugar adecuado u ordenado
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
acomodo
3e persoon enkelvoud
acomoda
onvoltooid deelwoord
acomodando
onvoltooid verleden tijd
acomodó
voltooid deelwoord
acomodado
Voorbeelden
El guía acomodó al grupo en el autobús.
De gids plaatste de groep in de bus.
03

aanpassen

adaptar o ajustar algo a una situación o necesidad
Voorbeelden
Es fácil acomodar el horario a tus necesidades.
Het is gemakkelijk om het schema aan te passen aan uw behoeften.
04

huisvesten, onderdak bieden

dar alojamiento o espacio a alguien en un lugar
Voorbeelden
El refugio acomoda a personas sin hogar.
De opvang huisvest dakloze mensen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store