Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La falta
01
gebrek, tekort
carencia o ausencia de algo necesario
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
faltas
Voorbeelden
Hay falta de agua en la región.
Er is een tekort aan water in de regio.
02
fout, overtreding
acción prohibida en un deporte que resulta en penalización
Voorbeelden
El árbitro señaló una falta contra el jugador.
De scheidsrechter wees een overtreding aan tegen de speler.
03
afwezigheid
situación en la que algo o alguien no está presente
Voorbeelden
Noté su falta en la reunión.
Ik merkte zijn afwezigheid op tijdens de vergadering.
04
overtreding, verzuim
acción que incumple la ley o una norma, generalmente menos grave que un delito
Voorbeelden
Fue multado por una falta de tránsito.
Hij kreeg een boete voor een verkeersovertreding.



























